Economie

Oude, middeleeuwse Stadsweg tussen Groningen en Ten Boer dreigt te verdwijnen, aldus werkgroep

Een van de alleroudste wegen in de provincie Groningen, de stadsweg tussen Groningen en Ten Boer, dreigt onder beton te verdwijnen. Een groep verontruste inwoners heeft een werkgroep gevormd die in de bres springt voor deze weg, en die onderstaande bijdrage schreef:


Leestijd: 3 minuten

Noodklok voor oudste kleiweg van Groningen

“Als het aan de provincie ligt zal met de komst van een Fietsroute Plus de eeuwenoude Stadsweg tussen Groningen en Ten Boer onder beton en met plastic versterkte graszoden verdwijnen. Op 16 december 2015 zullen de Provinciale Staten een besluit nemen. Wat eerst een welkome verbetering leek voor fietsers mondt nu mogelijk uit in een ramp voor unieke cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de oude Stadsweg.

Al bijna duizend jaar ligt de Stadsweg onaangetast in het Groninger landschap en is daarmee een bijzonder cultuur-historisch element te noemen. Deze voormalige handelsroute tussen de stad Groningen en Duitsland is de oudst bewaard gebleven onverharde kleiweg van Groningen. Er ligt een onverhard karrespoor en via een smal fietspad kun je prachtig fietsen of wandelen, te midden van het groen tussen Groningen en Ten Boer. Het is een visitekaartje van de provincie.

In de winter is het er ruig, met sporen en plassen. In de zomer bloeien er vele soorten grassen en kruiden, hier en daar omzoomd door bomen en struiken. In de herfst kun je er zeer zeldzame paddenstoelen vinden die op de Rode Lijst staan. Er zitten muizen voor roofvogels, en dankzij de poeltjes, de natte plekken, en de onbemeste en onbespoten kruidenrijke bermen foerageren er graag weide- en akkervogels.

Maar, de provincie heeft ambitieuze plannen en wil de oeroude kleiweg tussen Lewenborg en Ten Boer transformeren tot een Fietsroute Plus: een betonweg van 4,5 kilometer en maar liefst 3 meter breed. En daar blijft het niet bij. Om het resterende versmalde deel nog berijdbaar te houden voor landbouwverkeer wil de provincie dit laten afgegraven, voorzien van granulaat en afdekken met kunststof versterkte graszoden.

Een werkgroep met een groeiende achterban uit de omringende dorpen maakt zich ernstige zorgen over de plannen en luidt de noodklok. Volgens de werkgroep zal de oude kleiweg verworden tot een ‘confectie weg‘ en haar unieke landelijke karakter kwijtraken.

Met verbazing wordt geconstateerd dat het plan in strijd is met het eigen provinciale beleid, wat is vastgelegd in het Provinciaal Omgevings Plan (POP) en in de nog vast te stellen nieuwe Omgevingsvisie. Daarin stelt de provincie dat juist de kenmerkende cultuurhistorische waarden en de identiteit van het landschap voorop moeten staan in alle plannen. Deze uitgangspunten passen niet bij de huidige keuze voor een vrijwel volledige verharding met beton, granulaat en plastic versterkte graszoden. Niet alleen voor de wandelende en fietsende recreant dreigt het gebied haar aantrekkelijkheid te verliezen, ook voor de omringende boeren leveren de plannen problemen op. De nieuw in te passen landbouwweg blijkt te smal, gevreesd wordt voor het kapotrijden van de kunststof grastegels en op delen van het traject moeten de werktuigen deels over het fietspad. Kortom: met een fietspad van 3 meter gaat het allemaal niet passen.

Wat ook weinigen weten: de Stadsweg is een waar paddenstoelen-paradijs is. Dankzij het unieke milieu komen er maar liefst 16 Rode lijst-soorten voor, waaronder zeer zeldzame ‘Wasplaten’, de ‘orchideeën onder de paddenstoelen’. Met de forse ingreep zullen deze soorten grotendeels verdwijnen en niet terugkeren.

Daarbij wordt geconstateerd dat de vele miljoenen kostende fietsroute voor slechts een deel van de inwoners  meerwaarde biedt. Dorpen als Thesinge, St. Annen en Stedum zullen nauwelijks meeprofiteren. Het lijkt veel logischer om te werken aan een plan waarbij niet alle geld wordt ingezet op één route, maar op verbetering van meerdere fietsroutes die nu zeer smal of gevaarlijk zijn. Omdat het fietsverkeer in de spits vrijwel éénrichting is, acht de werkgroep een fietspad van 2 meter meer dan voldoende. In dat geval blijft er voldoende ruimte voor wandelaars, en is aanvullende verharding voor de landbouw niet meer nodig. Met het resterende geld kunnen de overige paden worden opgeknapt.

Wat tijdens eerdere inspraakronden voor veel bewoners een welkome verbetering van de fietsroute leek, is bij de verdere uitwerking verworden tot een potentiële ramp voor het oude cultuur-historische landschap en unieke natuurwaarden. Opmerkelijk genoeg lijkt de provincie ongevoelig voor deze argumenten. Er dreigt een aloude kloof tussen de wens van de plattelandsbewoners en regenteske praktijken van de provincie.”

Namens de werkgroep: Ernst Lofvers, Herbert Koekkoek (december 2015)